Na een zomer van droogte, betreding en maaien ligt de grasmat er vaak dun en hier en daar kaal bij. Die open plekken vullen zich zonder ingrijpen met mos en onkruid, en het gras dat overblijft wortelt ondiep. Gazon doorzaaien lost dat op. Je brengt vers zaad in tussen het bestaande gras, waardoor de mat weer dicht groeit en de wortels dieper gaan. Het resultaat is een gazon dat betreding en droogte beter doorstaat. September is daarvoor het gunstigste moment van het jaar. Hieronder lees je waarom die maand werkt, hoe je de mat voorbereidt, welk graszaad past bij jouw gazon en hoeveel water het jonge gras nodig heeft.
Bij doorzaaien zaai je nieuw graszaad over een bestaand gazon, zonder de grasmat om te spitten of opnieuw aan te leggen. Grassen horen tot de grassenfamilie, de Poaceae, en de meeste tuinsoorten kiemen alleen als ze rechtstreeks contact maken met vochtige grond. Zaad dat op vilt of dood gras blijft liggen, komt niet op.
Doorzaaien is daarom vooral bodemvoorbereiding: je maakt de grond bereikbaar voor het zaad. Doe je dat goed, dan sluit de nieuwe aanwas naadloos aan op het oude gras.
De bodem is in september nog warm van de zomer, vaak tussen de 15 en 18 graden. Grassen kiemen pas vlot boven de 8 tot 10 graden bodemtemperatuur, en hoe warmer de grond, hoe sneller het zaad boven komt.
Tegelijk daalt de luchttemperatuur en valt er meer regen, waardoor de grond langer vochtig blijft. In het voorjaar is de lucht al warm terwijl de bodem nog koud is, en droogt de grond sneller uit. Ook krijgt het jonge gras in september nog zes tot acht weken groeitijd voordat de vorst invalt, genoeg om te wortelen.
Een bijkomend voordeel: onkruidzaden kiemen in het najaar veel minder actief dan in het voorjaar, dus het jonge gras krijgt minder concurrentie.
Zonder voorbereiding blijft het zaad op een laag vilt liggen en mislukt de klus. Werk daarom deze stappen af voordat je zaait:

De juiste soort hangt af van hoe je het gazon gebruikt. Reken voor doorzaaien op 15 tot 25 gram zaad per vierkante meter; dat is minder dan bij een nieuwe aanleg, waar 30 tot 40 gram nodig is, omdat je alleen de open plekken hoeft te vullen. Drie soorten bepalen de meeste doorzaaimengsels:
Verdeel het zaad in twee kruisende richtingen over de grond, zo voorkom je strepen. Hark het daarna licht in of rol het aan, zodat elk zaadje contact maakt met de bodem maar niet dieper dan een halve centimeter ligt.
Water geven is in de kiemfase het belangrijkste. Houd de bovenste laag de eerste 2 tot 3 weken continu vochtig met korte beurten, 1 tot 2 keer per dag, in plaats van één keer flink. Droogt de grond tussendoor uit, dan sterft het gekiemde zaad af. Zodra het gras staat, bouw je af naar minder vaak en dieper water geven.
Betreed het pas gezaaide deel 3 tot 4 weken niet. De eerste maaibeurt volgt als het gras 5 tot 6 centimeter hoog staat; maai dan terug naar ongeveer 4 centimeter met een scherpe maaier. Daarna houdt een robotmaaier de mat vanzelf op lengte.
Blijven er na twee weken kale plekken, dan is het zaad daar uitgedroogd of weggespoeld. Zaai die plekken bij en dek ze af met een dun laagje zeefaarde om vocht vast te houden.
Komt het mos snel terug, dan ligt de oorzaak bij schaduw, een lage zuurgraad of een natte bodem. Verticuteren alleen haalt het mos weg, maar zolang de standplaats nat en zuur blijft komt het terug; een dichte, sterk groeiende mat houdt onkruid en mos op termijn het beste tegen.
Pikken vogels het zaad weg, dan helpt het om ruimer te zaaien of de plek de eerste week af te dekken met een dun doek of netje.
Vroeg in oktober kan het nog, laat in de maand is het risico groot.
Bij een bodemtemperatuur onder de 8 graden kiemt het zaad nauwelijks meer, en jong gras zonder wortels overleeft de eerste vorst slecht. September blijft daarom de veiligste keuze.
Bij een gazon met mos of vilt is verticuteren nodig, anders bereikt het zaad de grond niet.
Ligt de mat schoon en open, dan volstaat kort maaien en licht harken. Bij twijfel is verticuteren altijd de veiligere optie.
Afhankelijk van de soort tussen de 7 en 21 dagen.
Engels raaigras kiemt binnen twee weken, veldbeemdgras heeft er langer voor nodig. In een mengsel zie je de snelle soorten dus eerder dan de trage.
Reken op 15 tot 25 gram per vierkante meter.
Voor een nieuwe aanleg gebruik je bijna het dubbele, omdat je dan een volledige mat vanaf nul opbouwt.
Ja, een najaarsmeststof mag samen met het zaad.
Kies wel een meststof zonder onkruidbestrijder, want die remt ook de kieming van je verse graszaad.
Meestal door te weinig water in de kiemfase of zaad dat op vilt bleef liggen.
Controleer of de grond de eerste weken vochtig bleef en of je diep genoeg hebt verticuteerd voordat je zaaide.