Nieuwe borders, verse graszoden en een paar heesters: een jaar later staat de helft er treurig bij. De heesters verzuipen in de natte hoek en het gazon verdroogt in de eerste warme week. Meestal ligt dat niet aan de planten, maar aan de grond eronder. Grond bewerken in je tuin begint daarom niet met de spade, maar met een handvol aarde.
Of je op klei, zand of iets daartussen tuiniert, bepaalt wanneer je spit, hoe je de grond verbetert en of een frees zin heeft. Dat uitzoeken kost een paar minuten en vraagt geen gereedschap.
De winter is daarvoor het moment. Klei die je nu grof omspit, verkruimelt door de vorst en compost krijgt maanden om in te werken. Alles begint met de vraag wat er eigenlijk in je hand ligt.

De grondsoort bepaalt hoe water wegzakt, hoe snel de grond opwarmt en welke bewerking zinvol is. Bij nieuwbouw verschilt de grond vaak per plek, omdat er grond is aangevoerd of verplaatst. Neem daarom op 3 tot 5 plekken een handvol grond van ongeveer 20 cm diep.
Maak de grond vochtig en rol er een staafje van ongeveer 10 cm van. In december is de grond meestal al vochtig genoeg. De vorm die je kunt maken, vertelt welke grondsoort je hebt:
Deze knijptest zegt iets over de korrelgrootte, niet over de vruchtbaarheid. Kleigrond is vruchtbaar maar zwaar te bewerken. Zandgrond is licht, maar houdt water en voeding slecht vast.
Kleigrond spit je in november of december, zandgrond pas in maart of april. Het verschil zit in wat de winter met de grond doet.
Op klei is de vorst je hulp. Spit de grond om en laat de kluiten grof liggen. Het water in die kluiten bevriest, zet uit en drukt de klei van binnenuit uit elkaar. Na een paar vorstnachten vallen de kluiten uiteen in kruimels die je in het voorjaar met een hark fijnmaakt. Dit heet vorstverbrokkeling.
Wacht je met klei tot het voorjaar, dan is die kans voorbij. De grond is dan vaak al uitgedroogd en zo hard dat de spade er nauwelijks in komt.
Zandgrond heeft de vorst niet nodig, want die is van zichzelf al los. Winterspitten levert op zand dus niets op. Bewerk het pas vlak voor het zaaien of planten.
Kies voor het spitten wel een geschikte dag. Bevroren grond breekt in platen en natte klei smeert dicht, waardoor er later harde korsten ontstaan. Plakt de grond aan je spade of laarzen, wacht dan een paar droge dagen. Spit één spade diep, ongeveer 25 cm.
Gedeeltelijk wel. In één gram gezonde grond leven naar schatting 100 miljoen tot 1 miljard bacteriën, naast schimmels, springstaarten en regenwormen. Elke laag heeft zijn eigen bewoners: bovenin soorten die zuurstof en licht verdragen, dieper soorten die juist rust en een constante vochtigheid nodig hebben. Spitten draait die lagen om, scheurt schimmeldraden door en laat wormgangen instorten.
Het alternatief is losmaken zonder te keren. Met een woelvork of grelinette wip je de grond los, terwijl de lagen op hun plek blijven. De wormgangen blijven grotendeels intact en werken daarna als afvoer voor water en lucht.
Bij een nieuwe tuin ligt het anders. Bouwgrond die door machines is dichtgereden, heeft vaak één keer een diepe bewerking nodig. Zie dat als startpunt. Daarna houd je de bewerking zo licht mogelijk en laat je compost en wortels de structuur verder opbouwen.
Waarom blijft er water op je grond staan?Plassen die na een regenbui blijven staan, wijzen meestal op verdichting. Bij een nieuwe tuin is bouwverkeer de gebruikelijke oorzaak: zware machines drukken de grond onder de bovenlaag samen tot een harde laag. Andere signalen zijn een harde korst na regen, mos op kale grond, weinig regenwormen en planten die geel blad krijgen.
Zekerheid krijg je met een eenvoudige test. Graaf een gat van 30 cm diep, vul het met water en kijk hoe snel het wegzakt. Is het binnen 2 uur weg, dan is de afvoer goed. Staat er na 24 uur nog water, dan zit er een verdichte of storende laag.
In december zie je dit het duidelijkst, omdat de grond dan verzadigd is. Een ondiepe verdichte laag breek je open met een woelvork. Zit de laag dieper, dan helpt een grondboor om verticale gaten door de harde laag te maken. Vul die gaten met compost, zodat ze niet meteen weer dichtslibben.

Met organisch materiaal. Compost, bladaarde en goed verteerde stalmest maken klei kruimeliger, doordat het bodemleven het materiaal verwerkt en de kleideeltjes tot korrels bindt. Breng in het najaar of de winter 5 tot 10 cm compost aan en laat die bovenop liggen. Regenwormen trekken het de grond in, zodat onderspitten niet nodig is.
Het blad dat je bij het blad opruimen van het gazon haalt, is na een jaar composteren bladaarde voor de borders. Zo gaat het materiaal van je eigen tuin terug de grond in.
Zand is geen snelle oplossing. Fijn zand door klei gemengd kan juist een harde, betonachtige massa geven. Wil je zand gebruiken, kies dan grof zand. Werk ongeveer 20% van het volume samen met compost door de bovenste 20 tot 30 cm.
Loop niet over natte klei en werk er niet in, want natte klei wordt onder druk nog compacter. Leg bij werk in de winter planken neer om je gewicht te spreiden. Tuinkalk strooi je alleen na een pH-meting, niet standaard. Een groenbemester zoals phacelia of lupine maakt de grond in het eerste jaar verder open met zijn wortels.
Een tuinfrees huur je per dag of per week. De Honda FF500 kost € 84,70 per dag of € 211,75 per week inclusief btw. De Köppl tweewielige trekker met tuinfrees kost € 84,70 per dag of € 169,40 per week. Exclusief btw is dat € 70 per dag voor beide machines en € 175 of € 140 per week.
Frezen is een voorjaarsklus. Frees pas als de grond is opgedroogd, meestal in maart of april. Frees daarbij zo weinig mogelijk keren. Frezen op natte klei smeert de grond dicht en te vaak frezen verpulvert de structuur. Een frees maakt een fijn zaaibed of werkt compost door de bovenlaag, maar breekt geen diepe verdichting.
Voor zwaardere klussen zoals verdichte bouwgrond, oude verharding of het verplaatsen van grond is een minigraver geschikter. Staan er nog stronken van oude bomen, dan haalt een stronkenfrees die er eerst uit. Plan het frezen al in de winter, want in maart en april wil iedereen tegelijk aan de slag.
Grond bewerken in je tuin volgt het seizoen. In december bepaal je de grondsoort, spit je klei grof om als die niet bevroren is, breng je compost aan en zoek je de plekken waar water blijft staan. Is de tuin in het najaar al winterklaar gemaakt, dan is december een rustige maand voor dit werk.
In het voorjaar, als de grond droog genoeg is om te kruimelen, frees je het zaaibed en begin je met planten. Door eerst te weten wat je hebt, bewerk je de grond alleen waar dat nodig is. Dat spaart werk en het bodemleven.
Vul per plek in en lees af welke bewerking nodig is
Nee, spit niet in bevroren grond.
Bevroren grond breekt in harde platen en je beschadigt de structuur. Wacht tot de grond ontdooid en iets opgedroogd is.
Eén spade diep, ongeveer 25 cm.
Dieper spitten brengt arme ondergrond naar boven. Alleen bij een verdichte laag is dieper losmaken zinvol, bij voorkeur zonder de lagen om te keren.
Voor een fijn zaaibed wel, voor zware of verdichte grond niet.
Een frees werkt alleen de bovenlaag fijn. Op natte klei smeert een frees de grond dicht, waardoor water slechter wegzakt.
Alleen grof zand, samen met compost.
Fijn zand in klei kan een harde, betonachtige massa geven. Organisch materiaal verbetert klei blijvender.
In het najaar of de winter.
Compost die bovenop ligt, wordt in de wintermaanden door regenwormen de grond in getrokken. In het voorjaar is het grotendeels opgenomen.
Een laag van 5 tot 10 cm, dat is 50 tot 100 liter per m².
Op zware klei begin je aan de bovenkant van die marge. Daarna is een onderhoudslaag van een paar centimeter per jaar genoeg.
Een paar jaar.
Elk jaar compost opbrengen geeft na enkele seizoenen een duidelijk kruimeliger bodem. Een winter met vorst op grof gespitte klei geeft vaak al het eerste verschil.